HOOFDSTUK 10
De Mac wordt geboren
You say you want a revolution...

Jobs in 1982
Jef Raskins baby
Jef Raskin was het type man dat Steve Jobs ontzettend enthousiast kon maken – of vervelen. Hij deed beide. Raskin, een filosofisch mens die zowel kwajongensachtig als zwaar op de hand kon zijn, had computerwetenschappen gestudeerd, les gegeven in muziek en beeldende kunst, een klein operagezelschap gedirigeerd en straattheater georganiseerd. In zijn proefschrift uit 1967 voor de universiteit van Californië in San Diego stelt hij dat computers beter van grafische interfaces gebruik kunnen maken dan van op tekst gebaseerde interfaces. Toen hij genoeg had van het lesgeven huurde hij een heteluchtballon, vloog over het huis van de rector en schreeuwde naar beneden dat hij ontslag nam.
Toen Jobs in 1976 iemand zocht om een handleiding voor de Apple II te schrijven, belde hij Raskin, die een eigen adviesbureautje had. Raskin kwam naar de garage, zag Wozniak aan de werkbank bezig en liet zich door Jobs overhalen om voor $ 50 die handleiding te schrijven. Uiteindelijk zou hij fulltime manager worden van Apple’s afdeling publicaties. Het was een van zijn dromen om een goedkope computer voor de massa te bouwen en in 1979 wist hij Mike Markkula ervan te overtuigen om hem aan te stellen als hoofd van het kleine, innovatieve project ‘Annie’. Aangezien Raskin het seksistisch vond om computers altijd naar vrouwen te noemen, herdoopte hij het project ter ere van zijn favoriete appelras, de McIntosh. Maar hij veranderde doelbewust de schrijfwijze om niet in aanvaring te komen met McIntosh Laboratory, een producent van audioapparatuur. De computer die uit dit project voortkwam, werd bekend als de Macintosh.
Raskin zag een machine voor zich die $ 1000 moest kosten en een eenvoudig apparaat zou zijn, met een scherm en een toetsenbord en de computer als één geheel. Om de kosten laag te houden, stelde hij een klein 5-inch scherm voor en een heel goedkope (en te weinig krachtige) microprocessor, de Motorola 6809. Raskin zag zichzelf als een filosoof en noteerde zijn gedachten in een uitdijend aantekenboek dat hij ‘Het Boek van Macintosh’ noemde. Ook gaf hij af en toe een manifest uit. Een daarvan had als titel Computers met miljoenen en dat begon met zijn ambitie: ‘Als personal computers echt persoonlijk gaan worden, dan zal de kans dat een willekeurig gezin er een bezit, net zo groot zijn als dat het er geen bezit.’
In 1979 en begin 1980 leed het Macintosh-project een armzalig bestaan. Om de paar maanden werd het bijna de nek omgedraaid, maar iedere keer slaagde Raskin er weer in om Markkula te bewegen enige clementie te tonen. Het had een onderzoeksteam van slechts vier technici, die in de oorspronkelijke kantoorruimte van Apple naast het restaurant Good Earth waren ondergebracht, op een paar straten afstand van het nieuwe hoofdkantoor van het bedrijf. De werkruimte stond vol speelgoed en modelvliegtuigjes met radiobesturing (Raskins passie) zodat het er meer uitzag als een kindercrèche voor computernerds. Af en toe werd het werk onderbroken voor een losjes georganiseerd spelletje nerf ball, voetbal met een kleine bal van hard schuimplastic. Andy Hertzfeld vertelde hierover: ‘Dit inspireerde iedereen tot het bouwen van een barricade van karton rond zijn werkplek om tijdens het spel dekking te kunnen zoeken, zodat dat deel van het kantoor eruitzag als een kartonnen doolhof.’
De ster van het team was een blonde, engelachtige en psychologisch intense, autodidactische ontwerper genaamd Burrell Smith, die grote bewondering had voor het programmeerwerk van Wozniak en probeerde net zulke opvallende prestaties te leveren. Atkinson had Smith ontdekt toen die nog op Apple’s serviceafdeling werkte; hij verbaasde zich erover wat hij verzon om iets te repareren en beval hem aan bij Raskin. Later zou hij gaan lijden aan schizofrenie, maar begin jaren tachtig kon hij zijn manische intensiteit omzetten in wekenlange periodes waarin hij uitblonk als ontwerper.
Jobs was enthousiast door Raskins visie, maar niet door diens bereidheid tot compromissen om de kosten laag te houden. Op een gegeven moment in de herfst van 1979 zei Jobs hem dat hij zich moest gaan richten op het bouwen van wat hij regelmatig een ‘ongezond geweldig’ product noemde. ‘Maak je om de prijs geen zorgen, vermeld alleen wat de computer moet kunnen,’ zei Jobs tegen hem. Raskin reageerde met een sarcastisch memo, waarin hij op een rijtje zette wat je allemaal zou willen dat in de computer zat: een kleurenscherm met een hoge resolutie van horizontaal zesennegentig lettertekens, een printer die zonder lint werkte en tekeningen in kleur kon produceren met een snelheid van een pagina per minuut, onbeperkte toegang tot het ARPANET (de voorloper van internet), het vermogen om spraak te herkennen en als synthesizer muziek te kunnen produceren, ‘zelfs Caruso te imiteren met het Mormoonse tabernakelkoor, met variabele echo’. Het memo besloot met: ‘Te beginnen met de gewenste vaardigheden is nonsens. We moeten tegelijkertijd uitgaan van een prijsstelling en een lijstje van wat de computer moet kunnen, en ook een oog houden op de technologie van de directe toekomst.’ Met andere woorden, Raskin had weinig geduld voor Jobs’ aanname dat je de werkelijkheid kon verdraaien als je maar voldoende hartstocht voor je product voelde.
Ze moesten dus wel botsen, zeker nadat Jobs in september 1980 uit het Lisa-project gezet was en koortsachtig op zoek ging naar een ander plekje om zich te laten gelden. Het was onvermijdelijk dat zijn blik op het Macintosh-project viel. Raskins manifesten over een goedkope machine voor de massa, met een eenvoudige grafische interface en een strak design, raakten hem in zijn ziel. En het was onvermijdelijk dat, zo gauw Jobs zijn oog had laten vallen op het Macintosh-project, Raskins dagen geteld waren. ‘Steve begon te ventileren wat hij vond dat wij moesten doen, Jef begon somber te worden en het was direct duidelijk wat de uitkomst zou worden,’ aldus Joanna Hoffman, lid van het Mac-team.
Het eerste conflict ging over het feit dat Raskin bleef vasthouden aan de te weinig krachtige Motorola 6809-microprocessor. Weer was het een botsing over Raskins wens om de prijs van de Mac onder de $ 1000 te houden tegenover Jobs vastbeslotenheid om een ongezond geweldige machine te bouwen. Dus ging Jobs druk uitoefenen om de Mac te laten switchen naar de krachtigere Motorola 68000, dezelfde microprocessor als in de Lisa zat. Vlak voor Kerstmis 1980 daagde hij, zonder iets tegen Raskin te zeggen, Burrell Smith uit om een nieuw prototype te ontwerpen met deze krachtigere chip. Net zoals zijn held Wozniak gedaan zou hebben, wierp Smith zich op deze taak, werkte drie weken non-stop en nam in het programmeren allerlei adembenemende sprongen. Toen hij erin geslaagd was, kon Jobs de deelnemers aan het project dwingen over te gaan op de Motorola 68000 en Raskin moest zich er mopperend bij neerleggen en de kosten voor de Mac opnieuw gaan berekenen.
Er stond echter iets groters op het spel. De goedkopere microprocessor die Raskin eerst op het oog had, kon nooit alle grafische mogelijkheden – vensters, menu’s, muis, enzovoort – verwerken die het team had gezien dat bij Xerox PARC op bezoek was geweest. Raskin had iedereen ervan overtuigd om naar Xerox PARC te gaan en hij droomde van het idee van gebitmapped scherm en vensters. Maar hij was niet zo dol op al die leuke tekeningetjes en iconen en hij vond het een absoluut vreselijk idee om een wijs-aan-en-klik-muis te gebruiken in plaats van een toetsenbord. ‘Sommige mensen binnen het project werden helemaal verliefd op het idee om alles met de muis te kunnen doen,’ mopperde hij later. ‘Een ander voorbeeld is het absurde gebruik van iconen. Een icoon is een symbool dat in alle talen onbegrijpelijk is. Het is niet voor niets dat de mens fonetische talen heeft uitgevonden.’
Raskins voormalige student Bill Atkinson sloot zich bij Jobs aan. Ze wilden allebei een krachtigere processor die ingewikkelde graphics en het gebruik van de muis zou ondersteunen. ‘Steve moest het project wel uit handen van Jef halen,’ aldus Atkinson. ‘Jef was behoorlijk standvastig en koppig, en Steve had gelijk dat hij het overnam. De wereld kreeg er een beter resultaat door.’
De onenigheden waren niet slechts filosofisch: het waren botsingen tussen persoonlijkheden. ‘Volgens mij wil hij dat mensen springen als hij zegt: “Spring”,’ zei Raskin ooit. ‘Ik vond hem onbetrouwbaar en hij kon er niet tegen als iemand vond dat hij ergens niet goed genoeg in was. Het lijkt alsof hij mensen die hem zonder stralenkrans zien, niet zo mag.’ Jobs was net zo laatdunkend over Raskin. ‘Jef had echt pretenties,’ zei hij. ‘Van interfaces wist hij niet veel. Ik besloot dus om een paar van zijn mensen die echt goed waren, zoals Atkinson, van hem over te nemen, er een paar van mijn eigen mensen bij te halen, het hele ding over te nemen en een minder dure Lisa te bouwen, niet een of ander stuk afval.’
Sommigen van het team vonden het echter onmogelijk om met Jobs te werken. ‘Jobs lijkt wel spanningen, politiek en onenigheid binnen te brengen in plaats van een buffer te bieden tegen die afleidingen,’ schreef een ontwerper in een memo aan Raskin in december 1980. ‘Ik geniet echt van mijn gesprekken met hem en ik bewonder zijn ideeën, visie op de praktijk en energie. Maar ik vind niet dat hij de vertrouwenwekkende, ondersteunende, ontspannen omgeving biedt die ik nodig heb.’
Veel anderen beseften echter dat Jobs dan misschien wel onberekenbaar was, maar ook het charisma en het prestige bezat die ervoor zorgden dat ze een deuk in het heelal konden slaan. Jobs vertelde de staf dat Raskin slechts een dromer was, terwijl hij zelf een doener was en de Mac binnen een jaar klaar zou hebben. Hij wilde duidelijk gerehabiliteerd worden nadat hij uit de Lisa-groep was gezet en concurrentie gaf hem energie. Hij wedde openlijk met John Couch voor $ 5000 dat de Mac eerder op de markt zou komen dan de Lisa. ‘Wij kunnen een computer maken die goedkoper is en beter dan de Lisa, en hem ook nog als eerste klaar hebben,’ zei hij tegen het team.
Jobs bevestigde zijn gezag over de groep door een lunchlezing die Raskin in februari 1981 voor het hele bedrijf zou houden, te schrappen. Raskin liep toch langs de zaal en ontdekte dat er een honderdtal mensen op hem zat te wachten; Jobs had niet de moeite genomen om iedereen mee te delen dat de lezing niet doorging. Raskin hield toen gewoon voor deze groep zijn praatje.
Na dat incident schreef Raskin een boos memo aan Mike Scott, die opnieuw in de moeilijke positie als algemeen directeur verkeerde om de temperamentvolle medeoprichter en grootaandeelhouder tot rede te brengen. Het memo had als titel ‘Werken voor/met Steve Jobs’ en hierin verklaarde Raskin:
==
Hij is een vreselijke manager... Ik heb Steve altijd gemogen, maar ik heb het onmogelijk gevonden om voor hem te werken... Jobs komt geregeld niet opdagen op afspraken. Dit is zo algemeen bekend dat het bijna een afgezaagd grapje is geworden... Hij handelt zonder na te denken en op grond van slecht inzicht... Hij gunt iemand niet de eer die hem toekomt... Als hij een nieuw idee hoort, valt hij dat heel vaak direct aan en roept dan dat het waardeloos is of zelfs stom, en dat het tijdverspilling is geweest dat je er zelfs maar aan gewerkt hebt. Dit alleen al getuigt van slecht management, maar als het idee toch goed is gebleken, gaat hij al gauw mensen erover vertellen alsof het zijn eigen idee is geweest... Hij interrumpeert en luistert niet.’
Die middag nodigde Scott Jobs en Raskin uit in aanwezigheid van Markkula om het uit te praten. Jobs begon te schreeuwen. Hij en Raskin waren het over een ding eens: geen van hen kon voor de ander werken. Bij het Lisa-project had Scott de kant gekozen van Couch. Dit keer besloot hij dat het beter zou zijn als Jobs de strijd won. Per slot van rekening was de Mac maar een klein ontwikkelingsproject in een ander gebouw, dat Jobs van het hoofdgebouw weg kon houden. Raskin werd op verlof gestuurd. ‘Ze wilden me een plezier doen en me iets te doen geven, wat ik prima vond,’ vertelde Jobs. ‘Voor mij voelde het alsof ik terugging naar de garage. Ik had mijn eigen zootje ongeregeld en ik was de baas.’
Dat Raskin zijn project werd ontnomen, leek misschien niet eerlijk, maar was uiteindelijk wel goed voor de Macintosh. Raskin wilde een apparaat met weinig geheugen, een processor die tekort kwam, een cassettetape, geen muis en minimale graphics. In tegenstelling tot Jobs had hij de prijs misschien wel in de buurt van de $ 1000 kunnen houden, en daarmee zou Apple ongetwijfeld marktaandeel hebben gewonnen. Maar hij had nooit voor elkaar kunnen krijgen wat Jobs wel lukte, namelijk het scheppen en verkopen van een machine die werken met de pc compleet zou veranderen. We kunnen zelfs zien waar die niet ingeslagen weg toe zou hebben geleid. Raskin werd door Canon in dienst genomen om de machine te bouwen die hij voor ogen had. ‘Dat was de Canon Cat, en het was een totale mislukking,’ aldus Atkinson. ‘Niemand wilde hem. Toen Steve de Mac omtoverde tot een compacte versie van de Lisa, werd het een platform om op te computeren in plaats van een elektronisch consumentenapparaat.’[1]
Texaco Towers
Een paar dagen nadat Raskin was vertrokken, verscheen Jobs aan het bureau van Andy Hertzfeld, een jonge ontwerper in het Apple II-team met, net als zijn maatje Burrell Smith, een engelachtig gezicht en een kwajongensachtige houding. Hertzfeld vertelde dat de meesten van zijn collega’s bang waren voor Jobs ‘vanwege zijn plotselinge woede-uitbarstingen en zijn neiging om iedereen precies te vertellen wat hij dacht, wat vaak niet heel erg aardig was’. Maar Hertzfeld vond hem geweldig. ‘Ben jij wel goed?’ viel Jobs met de deur in huis. ‘We willen dat er alleen echt goede mensen aan de Mac werken en ik ben er niet van overtuigd dat jij goed genoeg bent.’ Hertzfeld wist wat hij moest zeggen. ‘Ik zei tegen hem, ja, volgens mij ben ik behoorlijk goed.’
Jobs ging weer weg en Hertzfeld ging terug aan het werk. Later die middag stak Jobs zijn hoofd boven de tussenwand uit waar Hertzfelds bureau achter stond. ‘Ik heb goed nieuws voor je,’ zei hij. ‘Je werkt vanaf nu in het Mac-team. Kom mee.’
Hertzfeld antwoordde dat hij een paar dagen nodig had om het onderdeel van de Apple II waar hij mee bezig was, af te maken. ‘Wat is belangrijker dan werken aan de Macintosh?’ vroeg Jobs. Hertzfeld legde uit dat hij het DOS-programma voor de Apple II zover af moest hebben dat hij het verder aan een ander over kon laten. ‘Je zit je tijd daar maar mee te verknoeien!’ antwoordde Jobs ‘Wie kan die Apple II nog wat schelen? De Apple II is over een paar jaar dood. De Macintosh is de toekomst van Apple en jij gaat daar nu aan beginnen!’ Tegelijkertijd trok hij het snoer van de Apple II uit het stopcontact waardoor het stukje programma waar Hertzfeld mee bezig was, verdwenen was. ‘Kom mee,’ zei Jobs. ‘Ik breng je naar je nieuwe bureau.’ Jobs reed Hertzfeld met computer en al in zijn zilverkleurige Mercedes naar het kantoor van de Macintosh. ‘Dit is je nieuwe bureau,’ zei hij en hij duwde hem in een ruimte naast Burrell Smith. ‘Welkom in het Mac-team!’ Toen Hertzfeld een la opentrok, bleek dat het bureau dat van Raskin was geweest. Raskin was zo haastig vertrokken dat sommige laden nog vol zaten met zijn troep, zelfs nog met modelvliegtuigjes.
Jobs’ voornaamste criterium in het voorjaar van 1981 bij het werven van mensen om deel uit te maken van zijn zeeroversbende, was dat hij ervan overtuigd moest zijn dat ze passie voor het product hadden. Soms nam hij een kandidaat mee zijn kamer in waar een prototype van de Mac onder een laken stond. Terwijl hij dat dan wegtrok, keek hij naar hem. ‘Als hun ogen groter werden, als ze direct de muis pakten en begonnen te wijzen en te klikken, dan glimlachte Steve en nam hij ze aan,’ aldus Andrea Cunningham. ‘Hij wilde dat ze “Wow!” zeiden.’
Bruce Horn was een van de programmeurs bij Xerox PARC tijdens de demonstratie. Toen enkele van zijn vrienden, zoals Larry Tesler, besloten om naar de Macintosh-groep over te lopen, overwoog Horn om met ze mee te gaan. Maar hij kreeg een goed aanbod en $ 15.000 tekengeld om bij een ander bedrijf in dienst te treden. Op een vrijdagavond belde Jobs hem op. ‘Je moet morgenochtend even bij Apple binnen komen lopen,’ zei hij. ‘Ik heb een heleboel om je te laten zien.’ Horn deed dat en Jobs haalde hem over. ‘Steve was zo geestdriftig over het bouwen van dit verbazingwekkende apparaat dat de wereld zou veranderen,’ vertelde Horn. ‘Uitsluitend door de kracht van zijn persoonlijkheid veranderde ik alsnog van mening.’ Jobs liet Horn zien hoe het plastic er precies voor gegoten moest worden en in elkaar gezet met volmaakte hoeken en hoe goed de printplaat in de machine eruitzag. ‘Hij wilde dat ik zag dat dit alles stond te gebeuren en dat het al helemaal was uitgedacht. Wow, zei ik, dat soort hartstocht zie ik niet iedere dag. En dus tekende ik.’
Jobs probeerde zelfs Wozniak weer voor hem te laten werken. ‘Ik had een hekel aan het feit dat hij niet veel uitvoerde, maar toen dacht ik, nou ja, ik zou hier nooit geweest zijn zonder zijn genialiteit,’ vertelde Jobs. Maar toen hij hem eindelijk geïnteresseerd had voor de Mac, kreeg Wozniak bij Santa Cruz tijdens het opstijgen met zijn nieuwe eenmotorige Beechcraft een ongeluk. Hij overleefde het maar ternauwernood, maar hield er gedeeltelijk geheugenverlies aan over. Jobs zocht hem vaak op in het ziekenhuis, maar toen Wozniak hersteld was, besloot hij dat het tijd was om Apple enige tijd de rug toe te keren. Tien jaar nadat hij Berkeley vroegtijdig had verlaten, besloot hij er alsnog af te studeren en schreef zich in onder de naam Rocky Raccoon Clark.
Om het project nog meer naar zich toe te trekken, besloot Jobs dat de codenaam niet langer die van Raskins favoriete appel moest zijn. In verscheidene interviews had Jobs naar de computer verwezen als ‘een fiets voor de geest’: het vermogen van de mens om een fiets te verzinnen, had hem in staat gesteld om zich nog efficiënter voort te bewegen dan een condor, en op vergelijkbare wijze zou zijn vermogen om computers uit te vinden, de efficiëntie van de geest enorm doen toenemen. En dus verordende Jobs op een dag dat de Macintosh bekend moest worden als de Bicycle, de fiets. Dit werd niet met veel enthou-siasme ontvangen. ‘Burrell en ik vonden dit het idiootste wat we ooit hadden gehoord en we weigerden gewoon om de nieuwe naam te gebruiken,’ vertelde Hertzfeld. Binnen een maand was het idee verdwenen.
Begin 1981 was het Mac-team gegroeid tot een man of twintig en besloot Jobs dat ze naar een groter onderkomen moesten verhuizen. Hij nam daarom het hele team mee naar een twee verdiepingen tellend gebouw met bruine dakspanen op zo’n drie straten van Apple’s hoofdkantoor. Het stond naast een benzinepompstation van Texaco en werd dan ook al gauw bekend als de Texaco Towers. Hoewel Daniel Kottke zich nog steeds gekwetst voelde omdat hij geen opties had gekregen, werd hij aangezocht om voor de bedrading van enkele prototypen te zorgen. Bud Tribble, de ster van de softwareontwerpers, ontwierp een opstartscherm met een vriendelijk ‘hello!’ Jobs had het idee dat het kantoor wat levendiger moest worden en zei tegen het team dat ze een stereo moesten aanschaffen. ‘Burrell en ik renden naar buiten en gingen meteen een zilverkleurige boom box, een gettoblaster, kopen voordat hij zich kon bedenken,’ vertelde Hertzfeld.
Jobs’ overwinning zou gauw totaal zijn. Een paar weken nadat hij de machtsstrijd met Raskin om de leiding over de Mac-afdeling had gewonnen, hielp hij bij het ontslag van Mike Scott als Apple’s CEO. Scotty was steeds onberekenbaarder geworden. Hij kon afwisselend intimideren en slijmen. Maar uiteindelijk verloor hij het grootste deel van de steun onder het personeel toen hij hen verraste met een ontslagronde, die hij met ongebruikelijke grofheid aankondigde. Bovendien was hij gaan lijden aan een reeks lichamelijke en geestelijke aandoeningen, van ooginfecties tot narcolepsie. Terwijl Scott op vakantie was op Hawaï, riep Markkula de hoogste managers bij elkaar om met hen te overleggen of hij ontslagen moest worden. De meesten van hen, onder wie Jobs en John Couch, vonden van wel. Dus werd Markkula een nogal passieve interim-CEO en kon Jobs met de Mac-afdeling doen wat hij wilde.